zondag 8 december 2013

Erik of het klein insectenboek; Keuzeopdracht C

MannetjeTjirp

Erik knippert met zijn ogen om te wennen aan het felle zonlicht. Erik kijkt om zich heen om alles goed in zich op te kunnen nemen. Overal om Erik heen liggen insecten op bedden gemaakt van bladeren. Het lijkt wel een openlucht ziekenzaal. 


Dan pas merkt Erik dat er allemaal slangetjes aan hem vastzitten en zijn handen vast zijn gemaakt aan het bed. Paniek begint in Erik naar boven te komen. Hij probeert van alles, maar het blijft onmogelijk om los te komen. 
Op dat moment loopt er een doodgraver naar de kever naast Erik, en geeft het een spuitje. De kever begint te trillen. Na een tijdje is het opeens opmerkelijk stil. De kever ligt doodstil en wordt weggereden door de doodgraver.

Erik slaat zijn kans wanneer hij weer een andere doodgraver ziet.
Pardon, waar ben ik?” Vraagt Erik.
“Ach jongetje toch, herinner je je helemaal niks meer? Dit is het Wollewei Ziekenhuis.” zegt de doodgraver.
"Wat gaat er gebeuren met de kever." Vraagt Erik in angst. De doodgraver antwoordt met een gemene lach op het gezicht.
"Er zijn twee soorten doodgravers, mijn jongen. Het type dat wacht tot het eten klaar is en het type dat zelf het eten klaar maakt. Ik heb vernomen dat je mijn neef hebt ontmoet. Ik kan je iets verzekeren, jongen. Ik lijk in geen enkel opzicht op hem."
Erik weet genoeg, deze plek is geen ziekenhuis! Hij wilt hier weg, en snel. Beleefd bedankt hij de doodgraver, maar zodra het weg is, is hij van plan zo snel mogelijk deze plek te verlaten. Helaas heeft Erik geen idee hoe hij van deze plek moet ontsnappen.

"Erik! Erik! Erik! Wakker worden. Ik haal je hier uit!" Naast Erik staat de vlinder te grinniken. "Je dacht toch niet dat ik je helemaal in de steek zou laten. Hij snijdt Erik los met het mes dat hij heeft meegenomen en al snel is Erik weer een vrij man.

Op de rug van de vlinder vliegen ze zonde enige bestemming te hebben. Wanneer Erik een geluid hoort, dat zo verschrikkelijk klinkt dat hij zijn handen op zijn oren moet houden. Nieuwsgierig vliegt de vlinder er op af. Hij treft een dozijn krekels op een zelfgemaakt podium aan. Erik voelt zich bijna gedwongen om deze hopeloze muzikanten te helpen.

“Stilte!” Roept Erik zo hard als hij kan. Hij wordt helaas niet opgemerkt. Na het nog een paar keer geschreeuwd te hebben, krijgt hij eindelijk de onverdeelde aandacht van de krekels. “Noemen jullie dit muziek? Dit lijkt helemaal nergens op!” Zegt Erik. De voorste krekel stapt naar voren, en neemt het woord. “Wij vermaken de zieken, zij genieten hier van! Zegt de krekel beledigt. “Wij zijn trouwens MannetjeTjirp, de entertainment voor al jou feesten! En mischien hebben we nog wat begeleiding nodig. Wil jij ons helpen? Vraagt de krekel. “Maar natuurlijk.” Zegt Erik. “Met alle plezier!”
De vlinder kijkt maar wat om zich heen. "Ik ben hier niet meer van dienst zie ik. Ik ga weer terug naar mijn vrouw. Veel geluk, Erik." Erik en de vlinder gaven elkaar een hand, en niet kort daarna vloog de vlinder weg.
“Ten eerste moeten jullie wat orde krijgen. Wie is jullie dirigent?” Niemand reageert op de vraag van Erik. “Dit is al de grootste fout. Verder moeten jullie je sorteren op toonhoogte om de perfecte harmonie te creëren. Wat aanpassingen aan jullie optreden kan ook geen kwaad. Probeer het nu nog maar eens opnieuw.” Na Eriks commentaar gaat het al een stuk beter met MannetjeTjirp. “Dit begint al  ergens op te lijken!” Zegt Erik vrolijk.

Totdat Erik neervalt van vermoeidheid, oefent hij met het koor tot diep in de nacht in hun clubhuis wat niet ver weg was. De krekels leggen hem op één van de banken. Al snel is Erik aan het dromen over thuis, zijn ouders en zelfs over de toets van morgen. Erik heeft nog geen enkele nacht zo goed geslapen als deze. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten